Paragrafen

Financiering

Inleiding
In deze paragraaf gaan wij in op de uitvoering van de gemeentelijke treasuryfunctie. Deze vindt plaats binnen de kaders die gesteld zijn in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de Regeling Uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). In de Wet Fido staat risicobeheersing en transparantie centraal. Risicobeheersing richt zich op renterisico's, kredietrisico's en valutarisico's. De transparantie komt tot uitdrukking in de voorschriften voor een verplicht financieringsstatuut en een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening. De Ruddo gaat in op de wijze van het uitzetten van gelden, in de praktijk het stallen van overtollige middelen bij de schatkist. In deze paragraaf geven wij inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend.

Ontwikkelingen
Het afgelopen jaar is de schuldpositie van de gemeente gedaald van € 178,5 mln. naar € 163,5 mln. als gevolg van geplande aflossingen van leningen. Er zijn geen nieuwe leningen aangetrokken. In 2025 bleek er nog voldoende geld beschikbaar bij de schatkist om alle betalingen gedurende het jaar te kunnen doen. De kapitaalmarktrente bleef in 2025 redelijk stabiel op 'normale' waarden van ongeveer 3,6% voor langlopende leningen met een looptijd van 20 jaar.
Ook in 2025 hadden we nog te maken met overschotten in de gemeentelijke cashflow. Deze middelen zijn tijdelijk gestald bij het rijk. Wel naderen we het einde van het positieve saldo. We verwachten in 2026, door de grote verwachte investeringen, een nieuwe langlopende lening aan te trekken.

Leningenportefeuille
De portefeuille telt op 31 december 2025:

  • Opgenomen langlopende geldleningen met een totale omvang van € 163,5 mln.;
  • Opgenomen kortlopende geldleningen met een totale omvang van € 0 mln.;
  • Uitgezette langlopende geldleningen met een totale omvang van € 10,4 mln.;
  • Deze bestaan voornamelijk uit startersleningen (€ 10,3 mln.) en leningen aan deelnemingen en maatschappelijke organisaties;
  • Uitgezette kortlopende geldleningen met een totale omvang van € 0 mln.;
  • het saldo in rekening- courant (schatkist) bedraagt € 3,4 mln.;
  • De portefeuille bevat geen derivaten.

(Bedragen x € 1.000)

Portefeuille omvang

2025

2024

2023

2022

Opgenomen gelden (O/G)

Gelden < 1 jaar

0

0

0

0

Gelden > 1 jaar

-163.500

-178.500

-178.500

-171.000

Totaal aan- getrokken

-163.500

-178.500

-178.500

-171.000

Mutatie in portefeullie O/G

0

7.500

27.500

Uitgezette gelden (U/G)

Uitgezette gelden lang

10.372

10.129

9.901

4.681

Uitgezette gelden kort

0

0

0

21.600

Saldi in rekening-courant

3.463

22.050

43.492

29.802

Totaal U/G

13.835

32.179

53.393

56.083

Mutatie in portefeuille U/G

-18.344

-21.214

-2.690

47.319

Totaal portefeuille

-149.665

-146.321

-125.107

-114.917

Mutatie in portefeuille totaal

-3.344

-21.214

-10.190

19.819

Schuldpositie
In bovenstaande tabel is te zien dat de schuldpositie (gelden > 1 jaar) vooralsnog stabiliseert en zelfs het afgelopen jaar ligt daalt. Met de geplande investeringen voor de komende jaren zal de schuldpositie naar verwachting de komende jaren verder toenemen.
In onderstaande grafieken wordt een overzicht gegeven van de ontwikkeling van de schuldpositie en de rentelasten in de afgelopen jaren (bedragen x € 1.000.000). De rentelasten dalen nog steeds (door aflossingen op leningen, en het vervangen van leningen met hoge rentes door lagere rentes).

Bedragen miljoenen euro's.

Portefeuilleresultaat
Het portefeuilleresultaat (saldo van te betalen rente en te ontvangen renten) is jaarlijks negatief. Het resultaat is ten opzichte van 2024 verslechterd, dit komt enerzijds door afname van de rentelasten maar dit werd tenietgedaan door de dalende inkomsten van rente uit de schatkist: de rentelasten over 2025 waren € 1,6 mln., over 2024 was dit nog € 2,0 mln.), daar staat tegen over dat we minder inkomsten hebben van creditrente bij de schatkist (€ 0,4 mln. in 2025 tegenover € 1,1 mln. in 2024).

Het resultaat is in 2025 € 1,2 mln. negatief, een verslechtering ten opzichte van 2024 (€ 0,9 mln. negatief). Dit is onderstaand geïllustreerd.

(Bedragen x € 1.000)

Rente resultaat portefeuille

2025

2024

2023

2022

Opgenomen gelden (O/G)

Rente kortlopende geldleningen

0

0

0

8

Rente langlopende leningen

-1.662

-2039

-2.644

-2.845

Totaal rente-uitgaven

-1.662

-2.039

-2.644

-2.837

Kosten portefeuille O/G

0,97%

1,13%

1,54%

1,73%

Uitgezette gelden (U/G)

Totaal (lang) belegd

10.373

10.129

9.901

4.681

Rente kortlopende leningen

0

0

320

51

Rente schatkist

416

1.099

1.141

14

Rente langlopende leningen

3

5

5

6

Totaal rente-inkomsten

419

1.104

1.466

71

Gesaldeerd totaal portefeuille resultaat

-1.243

-935

-1.178

-2.766

Financieringsbehoefte
In 2025 is het saldo van leningen afgenomen met € 15 mln. euro door het aflossen van twee leningen na afloop van de looptijd.

Rentetoerekening
Bij de verwerking van rente in de begroting hanteren we de richtlijnen zoals opgenomen in de BBV-Notitie rente. Een van de vastgestelde regels betreft de toepassing van de omslagrente. De werkelijke rentelasten worden hier toegerekend aan de taakvelden (denk aan investeringen, grondbedrijf en heffingen) door middel van de omslagrente. Deze omslagrente wordt berekend door de werkelijke rentelasten te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd.
Deze omslagrente is bij de begroting 2025 bepaald op 0,5%.
De gemeente heeft in 2025 gemiddeld 0,97 % rente betaald over alle aangetrokken geldleningen. Als deze betaalde rente wordt afgezet tegen de totale boekwaarde van de vaste activa (die dus ook deels gefinancierd is uit eigen middelen) komt het afgeronde omslagrentepercentage in 2025 uit op 0,5%.

In Nieuwegein hanteren we alleen totaalfinanciering. We maken géén gebruik van projectfinanciering (waarbij voor specifieke projecten expliciet financiering wordt aangetrokken en de rente daarvan rechtstreeks wordt toegerekend aan het betreffende project). Er wordt geen rente toegerekend aan voorzieningen en reserves.

Onderstaand het renteschema 2025 zoals door de commissie BBV is aanbevolen:

Renteschema BBV

(bedragen x € 1.000)

2025

2024

2023

2022

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

1.662

2.039

2.644

2.837

De externe rentebaten over de korte en lange financiering

-419

-1.103

-1.466

-71

Saldo rentelasten en baten

1.243

936

1.178

2.766

Rente die aan de grondexploitatie moet worden toegerekend

-262

-234

-389

-367

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

981

702

789

3.133

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

1428

1.333

2.478

2.400

Renteresultaat op het taakveld treasury

-447

-631

-1.689

733

Risicoprofiel

Kasgeldlimiet
Ter beheersing van het renterisico op kortlopende schulden is in de Wet Fido de kasgeldlimiet ingesteld. Deze moet voorkomen dat gemeenten te veel kort geld lenen waardoor bij een sterke stijging van de rente de rentelasten ineens explosief zouden toenemen. We hebben in 2025 geen gebruik gemaakt van kasgeldleningen. Daarmee is de deze kasgeldlimiet niet overschreden. Onderstaand is nog een vergelijking met de begroting 2025 opgenomen.

Kasgeldlimiet

Begroting

Realisatie

Verschil

Analyse

(bedragen x € 1.000)

2025

2025

toegestane kasgeldlimiet

5.789

6.392

-604

baten zijn hoger dan begroot

in procenten van de grondslag

in euro's

400

400

automatische afroming naar de schatkist

vlottende schuld

66.389

66.389

toename van ontvangen voorschotten specifieke uitkeringen

opgenomen gelden < 1 jaar

30.000

30.000

crediteurensaldo

schuld in rek crt

0

0

beperkte afwijking

gestorte gelden door derden < 1 jaar

0

0

toename van ontvangen voorschotten specifieke uitkeringen

overige geldleningen, niet zijnde vaste schulden

0

0

beperkte afwijking

vlottende middelen

50.000

50.000

hogere stand van schatkistsaldo, voorderingen op het Rijk

contanten in kas

0

0

tegoed in rek crt

400

400

hogere stand van schatkistsaldo

overige uitstaande gelden < 1 jaar

10.000

10.000

vorderingen BTW BCF

totale lasten

272.400

toets kasgeldlimiet

0

0

-0

geen afwijking

totaal netto vlottende schuld

16.389

16.389

hogere stand van schatkistsaldo, BCF, voorderingen op het Rijk

toegestane kasgeldlimiet

5.789

5.789

geen afwijking

ruimte/ cq overschrijding

5.389

5.389

geen afwijking

Renterisiconorm
Onder renterisico wordt verstaan de mate waarin het saldo van de rentelasten en de rentebaten verandert als gevolg van wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen.
Ter beheersing van het renterisico op langlopende schulden is in de wet Fido de renterisiconorm opgenomen. Deze norm beoogt een zodanige opbouw van de leningenportefeuille dat het renterisico als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering van leningen wordt beperkt. Volgens deze norm mag de te herfinancieren schuld in enig jaar niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal, zodat voor Nieuwegein voor 2024 de norm ongeveer € 53 miljoen bedraagt. Er is voor € 15 miljoen geherfinancierd, dus daarmee zijn we ruimschoots binnen de norm gebleven.

Renterisiconorm

Begroting

Realisatie

Verschil

Analyse

(bedragen x € 1.000)

2025

2025

renteherziening op leningen o/g

15.000

15.000

geen afwijking

betaalde aflossingen

-15.000

-15.000

-

geen afwijking

renterisico

-

-

begrotingstotaal

272.400

het vastgestelde percentage

20%

20%

geen afwijking

renterisico norm

54.480

-

Ruimte (+) cq overschrijding (-)

54.480

-

geen overschrijding

Kredietrisico
Als gevolg van het verplichte schatkistbankieren mogen overtollige middelen verder uitsluitend bij het rijk of bij andere lagere overheden worden uitgezet. Dat betekent dat ook in de toekomst eventuele kredietrisico’s beperkt zullen zijn. De enige uitzondering is nog gemaakt voor uitzettingen ingevolge de publieke taak.

De omvang van de portefeuille beleggingen van de gemeente Nieuwegein is gering, van eerdere jaren resteert nog slechts een drietal kleinere langlopende beleggingen, één bij een verbonden partij en twee uit het oogpunt van maatschappelijk belang. De risico's op deze beleggingen zijn beperkt. Daarnaast staat er ultimo 2025 bijna € 10,2 miljoen aan startersleningen uit. De hoofdsommen hiervan zijn afgedekt via de nationale hypotheek garantie.

Garantie.
Er is in november 2025 een garantstelling afgegeven aan VluchtelingenWerk Nederland voor transitiekosten tot een bedrag van € 14.405,17. Deze garantstelling is van kracht per 1 januari 2026.

Deze pagina is gebouwd op 08/19/2026 12:07:09 met de export van 08/19/2026 11:47:36