In onderstaande tabel ziet u de ontwikkeling van het saldo van de begroting 2025 tot aan deze jaarrekening. In deze paragraaf worden deze onderdelen nader toegelicht. Daarnaast wordt het effect van de voorstellen voor budgetoverhevelingen en reservemutaties aangegeven, die wij in het raadsvoorstel ter besluitvorming aan u voorleggen. Deze worden inhoudelijk toegelicht in de paragrafen 1.3.2 en 1.3.3 .
Bedragen x € 1.000 | A | B | C | D | E | F |
|---|---|---|---|---|---|---|
Begroting 2025 | Gewijzigde begroting | Ont-wikkeling na 2e TW | Rekening 2025 | Voor-gestelde besluit-vorming | Saldo na besluit-vorming | |
( B + C) | (D + E) | |||||
Saldo programma's | -88 | 7.437 | 8.027 | 15.464 | - | 15.464 |
Budgetoverhevelingen | - | - | - | - | -1.726 | -1.726 |
Reservemutaties | 2.047 | -509 | - | -509 | -1.620 | -2.129 |
Saldo totaal | 1.959 | 6.928 | 8.027 | 14.955 | -3.346 | 11.609 |
Ontwikkeling begroting 2025
Het vertrekpunt voor het boekjaar 2025 was een begroting met een positief saldo van afgerond € 2,0 mln. (kolom A). Door aanpassingen in de begroting gedurende het jaar was het geraamde positieve saldo € 6,9 mln. na de tweede technische begrotingswijziging (kolom B).
Het gewijzigde begrotingssaldo van € 6,9 miljoen is hoofdzakelijk een gevolg van de positieve bijstellingen uit de tweede technische begrotingswijziging. Hierin is voor € 19 miljoen gemuteerd en al voor € 11,5 miljoen bestemd via reservemutaties en overhevelingen.
Ontwikkelingen na tweede technische begrotingswijziging
Na het opmaken van de tweede technische begrotingswijziging heeft het jaarresultaat 2025 zich verder positief ontwikkeld. Het financiële effect hiervan bedraagt, zonder de voorgestelde reservemutaties en budgetoverhevelingen, € 8,0 mln. voordelig (kolom C). In grote lijnen betreft dit de onderwerpen die we in januari in onze brief met betrekking tot de rechtmatigheidsverantwoording hebben benoemd (2026-041). Wel wijken de bedragen op een aantal onderdelen af.
De grootste voordelige afwijkingen die leiden tot deze ontwikkeling hebben zich voorgedaan binnen de programma's Versterking eigen kracht, ondersteuning en bescherming (€ 2,1 mln.), Bedrijfsvoering (€ 5,9 mln.) en Algemene dekkingsmiddelen (€ 1,9 mln.). Binnen het programma Wonen en economie is sprake van een nadeel van € 2,9 miljoen ten opzichte van de bijgestelde begroting. De grootste afwijkingen zijn onderstaand per programma verder verklaard.
Versterking eigen kracht, ondersteuning en bescherming
Het voordelige verschil (€ 2,1 mln.) op dit programma ontstaat hoofdzakelijk door lagere lasten op het gebied van jeugdzorg en Wmo dan waar rekening mee werd gehouden in de bijgestelde begroting. Dit is gebaseerd op de meest actuele inzichten. Daarnaast is er ook sprake van lagere besteding op het gebied van de aanpak energiearmoede.
Bedrijfsvoering
Het voordelige saldo op het programma Bedrijfsvoering betreft met name de incidentele inkomsten uit de verkoop van het schoolgebouw aan de Harmonielaan van € 6,1 mln. Hier staan extra lasten voor versnelde afschrijving tegenover van € 1,7 miljoen. Daarnaast is er sprake van hogere baten uit ontvangen ziektegelden en detachering (€ 0,6 mln.) en lagere lasten voor de WSW-loonadministratie (€ 0,6 mln.).
Algemene dekkingsmiddelen
Het voordeel op de algemene dekkingsmiddelen bestaat uit twee onderdelen. Enerzijds is de algemene uitkering € 1,2 mln. hoger dan geraamd. Dit volgt grotendeels uit nieuwe en bijgestelde taakmutaties (waar ook gedeeltelijk uitgaven op andere programma's tegenover staan). Ook de actualisering van de maatstaven leidt tot een positieve bijstelling van de algemene uitkering. Daarnaast zijn de belastinginkomsten ongeveer € 1,0 mln. hoger dan begroot. Dit bedrag bestaat uit incidenteel hogere OZB-inkomsten niet-woningen (€ 630.000), inkomsten uit straatparkeren (€ 250.000) en precariobelasting (€ 100.000). Er zijn hogere lasten van € 300.000 door een noodzakelijke toevoeging aan de voorziening dubieuze debiteuren.
Wonen en economie
Binnen dit programma is sprake van twee ontwikkelingen die hebben geleid tot een grote afwijking ten opzichte van de bijgestelde begroting. Het resultaat grondbedrijf valt lager uit dan verwacht (€ 4,3 mln.), dit hangt onder andere samen met grondtransporten die geen doorgang hebben gevonden in 2025 en nadelige ontwikkelingen op verlieslatende projecten. Positieve ontwikkeling is de ontvangen realisatiestimulans vanuit het Rijk (€ 1,0 mln.). Deze subsidie wordt ontvangen voor gestarte betaalbare woningbouw in 2025. Hier was in de begroting nog geen rekening mee gehouden.
Saldo volgens de staat van baten en lasten
Samengenomen laten het saldo van de begroting na de 2e technische wijziging en de ontwikkelingen daarna een positief saldo zien op de staat van baten en lasten. Deze komt in totaal uit op € 15,0 mln. positief (kolom D).
Saldo na resultaatbestemming en na budgetoverheveling
Vanuit de nieuwe ontwikkelingen sinds de tweede technische begrotingswijziging stellen wij voor een bedrag van € 1,7 mln. aan niet bestede budgetten over te hevelen naar 2026 (kolom E, 2e regel) en per saldo een bedrag van € 1,6 mln. te storten in de reserves (kolom E, 3e regel). De toelichtingen op de resultaatbestemmingen en de budgetoverhevelingen zijn in de volgende paragrafen opgenomen.
Saldo na besluitvorming
Na resultaatbestemming resteert nog een saldo van € 11,6 mln. (kolom F). In lijn met eerder gemaakte afspraken, wordt voorgesteld om dit voor de helft toe te voegen aan de algemene reserve en voor de helft aan de reserve voor de bijdrage aan de Merwedelijn en de ontwikkeling van Groot Merwede.
Structurele doorwerking afwijkingen
De jaarrekening kent ook dit jaar een voordelig saldo. Bovenstaand zijn enkele grotere afwijkingen aangegeven die tot dit resultaat hebben geleid. Meer detail vindt u in de toelichtingen bij de thema’s op elk programma. Een aantal van de afwijkingen is structureel van aard. Deze zullen nog nader worden geanalyseerd; mogelijke effecten worden meegenomen in volgende P&C-documenten.
