Inleiding
Voor aanvullend inzicht op onze financiële positie is het van belang een beeld te krijgen van de potentiële mee- en tegenvallers (risico’s) en van onze mogelijkheden om de tegenvallers op te vangen (= de weerstandscapaciteit). Dit inzicht geeft een beeld van de robuustheid van onze financiële situatie en dat wordt de komende jaren steeds belangrijker. De vorige minister van Binnenlandse Zaken heeft namelijk aangegeven met de provincies in gesprek te zijn over het aanvullen van de norm van structureel en reëel begrotingsevenwicht. Zij denk daarbij dan aan het meer meewegen van de vermogenspositie ten aanzien van de risico’s, de wendbaarheid en weerbaarheid van een gemeente, een breder risicomodel en bepaalde financiële kengetallen op het vlak van bijvoorbeeld weerstandsvermogen, schulden of belastingcapaciteit.
Naast het verkrijgen van inzicht in de financiële weerbaarheid proberen wij met het uitvoeren van risicomanagement een voortschrijdend en structureel inzicht te verkrijgen in de risico’s die we lopen bij het behalen van de doelstellingen van de organisatie. Om vervolgens gericht maatregelen te nemen om de belangrijkste risico's te verkleinen of zo mogelijk zelfs te voorkomen. In 2023 hebben we daartoe de registratie van onze risico’s gewijzigd en deze ondergebracht in de applicatie waarmee onze P&C documenten worden opgesteld. Ook in deze jaarrekening is daar weer gebruik van gemaakt en verder zijn dezelfde uitgangspunten als voorgaande jaren gehanteerd. Dat betekent dat ook dit jaar de risico’s die verband houden met fraude en misbruik, of oneigenlijk gebruik zijn toegevoegd aan de risico-inventarisatie. Dat vergroot het zicht op de risico’s die we als gemeente lopen en biedt mogelijkheden hier gerichter op te sturen en beheersmaatregelen te formuleren. Zeker nu de onderliggende nota onlangs is geactualiseerd.
Voor de beoordeling van ons weerstandsvermogen zijn twee elementen van belang:
- de weerstandscapaciteit: de middelen en mogelijkheden waarover wij (kunnen) beschikken om niet-begrote, onvoorziene kosten (risico’s) te dekken;
- de risico’s: risico’s van materiële betekenis waarvoor geen of onvoldoende maatregelen, in de vorm van bijvoorbeeld een verzekering of voorziening, zijn getroffen.
Tweemaal per jaar, bij de programmabegroting en bij de jaarstukken, actualiseren we onze risico's en beoordelen we in hoeverre ons weerstandsvermogen toereikend is. Dit doen we aan hand van de gestelde kaders uit de vastgestelde nota risicomanagement en weerstandsvermogen (2022-352 nota risicomanagement). De beschikbare weerstandscapaciteit zoals deze blijkt uit deze jaarrekening zetten we af tegen de geactualiseerde en gekwantificeerde risico-inventarisatie per 1 maart 2026.
In deze paragraaf gaan wij achtereenvolgens in op de beschikbare weerstandscapaciteit en de wijze waarop deze is berekend, de benodigde weerstandscapaciteit en het risicoprofiel waarop dit is gebaseerd en de relatie tussen de benodigde en de beschikbare weerstandscapaciteit. Tot slot gaan we in op een aantal financiële kengetallen.
Beschikbare weerstandscapaciteit
Tot de weerstandscapaciteit van de gemeente worden gerekend:
• De algemene reserves
• De onbenutte belastingcapaciteit OZB
• De begrotingsruimte
Algemene reserves
Onder onze algemene reserves verstaan we de algemene reserve en de reserve Grondbedrijf. De boekwaarde van de algemene reserve per 31 december 2025 bedraagt € 16,5 mln. en de omvang van de reserve grondbedrijf € 39,0 mln.
De onbenutte belastingcapaciteit OZB
De onbenutte belastingcapaciteit is de extra ruimte die we hebben om de belastinginkomsten te maximaliseren. In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen is vastgelegd dat we hiervoor de ruimte hanteren die er is ten opzichte van de artikel 12 normen voor een redelijk belastingpeil.
De norm (redelijk peil OZB voor 2025), zoals vastgesteld in de meicirculaire 2024, bedraagt voor het jaar 2025 0,1595% van de totale WOZ-waarde. Toepassing van deze norm op de totale WOZ-waarde van Nieuwegein leidt tot een bedrag van € 25,3 mln. Afgezet tegen de werkelijke opbrengst OZB in 2024 ad € 26,1 mln. betekent dat er geen onbenutte belastingcapaciteit OZB beschikbaar is.
Voor de riool- en afvalstoffenheffing geldt dat sprake is van vrijwel kostendekkende tarieven (zie paragraaf lokale heffingen). Dit betekent dat ook daar geen sprake is van onbenutte belastingcapaciteit.
Begrotingsruimte
Met de introductie van de werkwijze voor de middelen voor de stad groeit mee is er een begrotingsstelpost gecreëerd waaruit de kosten voor het laten (mee)groeien van de voorzieningen in de stad kunnen worden betaald. Zolang deze post niet wordt benut is deze beschikbaar voor het opvangen van optredende risico’s. Om die reden betrekken we deze met ingang van dit jaar bij de bepaling van het aanwezige weerstandsvermogen. Omdat de stelpost in de 2e technische wijziging is vrijgevallen en ten gunste van de algemene reserve gebracht houden we hier in deze jaarrekening niet afzonderlijk rekening mee.
Op grond van bovengenoemde uitgangspunten kan de beschikbare weerstandscapaciteit als volgt worden weergegeven:
Beschikbare weerstandscapaciteit | Stand per |
|---|---|
Algemene reserve | 16.547 |
Onbenutte belastingcapaciteit | 0 |
Reserve grondbedrijf | 39.098 |
Begrotingsruimte | 0 |
Totale beschikbare weerstandscapaciteit | 55.645 |
NB: Deze weerstandscapaciteit is berekend aan de hand van de gegevens uit de jaarrekening 2025, de voorgestelde resultaatbestemming voor het jaar 2025 is hier niet in verwerkt. Hierbij is de stand van de algemene reserve ook gecorrigeerd voor overhevelingen naar 2026 waartoe al is besloten via de tweede technische begrotingswijziging.
Benodigde weerstandscapaciteit
Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen moet de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet worden tegen de risico's.
Voor deze jaarrekening zijn de risico's per 1 maart 2026 in kaart gebracht en geactualiseerd. Het totale ingeschatte maximale gevolg op basis van kansberekening van alle geïnventariseerde risico's medio februari 2025 bedraagt afgerond € 75 mln.
Door de maximale gevolgen van de individuele risico's bij elkaar op te tellen ontstaat een te negatief oordeel over het benodigde weerstandsvermogen. Het is immers vrijwel zeker dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd voor zullen doen. Daarnaast zal niet ieder risico zich daadwerkelijk in de maximale omvang voordoen. Om deze overschatting van risico's te voorkomen is gebruik gemaakt van risicosimulatie (de Monte Carlo methode). In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen is vastgesteld dat voor de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit wordt uitgegaan van een risicosimulatie waarbij een zekerheidspercentage van 90% wordt gehanteerd. Uit de uitgevoerde risicosimulatie volgt dat met 90% zekerheid een bedrag van € 16,50 mln. voldoende is om alle risico's van de gemeente te kunnen afdekken (de benodigde weerstandscapaciteit). Zoals in de inleiding al aangegeven is dit bedrag gebaseerd op de maximale schadebedragen die zijn ingeschat.
Zoals reeds gemeld hebben we met ingang van deze jaarrekening ook de frauderisico's en risico's misbruik en oneigenlijk gebruik in de registratie opgenomen. Er zijn daarmee gemeentebreed vele risico's in beeld. Dit betreft niet alleen financiële risico's, maar ook bijvoorbeeld juridische, personele en imagorisico's. Hieronder presenteren wij de belangrijkste financiële risico’s op dit moment voor de gemeente Nieuwegein.
- Allereerst zijn daar de risico's voor het grondbedrijf. De opbrengsten en kosten zijn van veel en verschillende factoren afhankelijk. In de jaarstukken grondbedrijf zijn de cijfers voor alle grondexploitaties geactualiseerd. Voor deze jaarstukken zijn de risico's in kaart gebracht en dat laat op onderdelen enkele verschuivingen zien ten opzichte van het beeld bij de begroting 2025. In de jaarstukken grondbedrijf 2025 wordt nader op de risico's ingegaan. Belangrijk om daarbij te vermelden is dat de risico’s die samenhangen met de netcongestie nog niet in de actualisaties van de grondexploitaties zijn meegenomen, maar wel als risico benoemd. Daarmee wordt dit risico in eerste instantie opgevangen door een beroep op het beschikbare weerstandsvermogen.
- De kosten in met name de Jeugdzorg (en iets mindere mate WMO) zijn de afgelopen jaren harder gestegen dan verwacht, maar lijken in 2025 te stabiliseren. Dat is op zich een positieve ontwikkeling, maar biedt nog geen zekerheid voor de komende jaren. Het risico is daarmee nog steeds aanwezig, maar de kans en impact zijn (licht) naar beneden bijgesteld.
- Daar komt bij dat we in 2025 hebben besloten op sommige terreinen risicovoller te gaan ramen. Dan gaat het om de kosten Jeugdzorg en WMO, maar ook de verwachte tegemoetkoming in de uitkeringen aan bijstandsgerechtigden (BUIG). We hebben in de ramingen de sterke toename van de lasten in voorgaande jaren niet volledig doorvertaald naar 2025.
- Het ziekteverzuimpercentage over 2025 bedroeg 6,7%. Dit is lager dan de jaren daarvoor maar nog steeds aan de hoge kant. Sinds jaren wordt ambtelijk extra capaciteit vrijgemaakt voor beheersing en voorkomen ziekteverzuim.
- Ook op het personeelsvlak blijft de beschikbaarheid van voldoende en voldoende gekwalificeerd personeel een risico. Met de toenemende vergrijzing een vraagstuk dat ook de komende jaren actueel is. Dat raakt zowel het vervullen van de eigen vacatures, voor tijdelijke inhuur, maar ook de inzet van externe partijen (aannemers). Het mogelijke gevolg betreft vooral vertraging in de realisatie van de gemeentelijke ambities.
- De bijdragen vanuit het Rijk zijn ook nog steeds een onzekere factor en vormen daarmee een risico voor de gemeente. Nu is in 2025 het ravijnjaar met 2 jaar opgeschoven, maar daarmee is de onzekerheid niet van tafel. Voor 2028 en verder zijn we er vooralsnog vanuit gegaan dat de lagere tegemoetkoming in de kosten WMO en Jeugd door de nog te nemen (en ontwikkelen) maatregelen worden opgevangen.
- Daar komt nog bij dat de herijking van de verdeelsystematiek gevolgen met zich meebrengt die nadelig voor gemeenten (w.o. Nieuwegein) kunnen uitpakken. Ook dit betreft een risico dat zich mogelijk na 2027 openbaart.
- De risico's op het terrein van ICT, informatiebeveiliging en privacy zijn voor deze jaarrekening nadrukkelijk onder de loep genomen en geactualiseerd. Dit vanwege de toenemende afhankelijkheid, maar ook bedreigingen die wereldwijd plaatsvinden en van alle kanten kunnen komen.
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt de ratio voor het weerstandsvermogen.
Beschikbare weerstandscapaciteit | = | € 55,50 | = 3,4 |
|---|---|---|---|
Benodigde weerstandscapaciteit | € 16,50 |
(bedragen x € 1.000.000)
De verhouding tussen de benodigde weerstandscapaciteit, gebaseerd op de risico-inventarisatie en de beschikbare weerstandscapaciteit, gebaseerd op de omvang van onze reserves (exclusief de resultaatsbestemming over 2025), is meer dan ruim voldoende. Ten opzichte van de jaarrekening 2024 is de ratio licht gedaald. Dit komt vooral door het licht hogere risicoprofiel vanwege het risicovoller ramen, waar nu rekening mee wordt gehouden, en de verhoging van de risico’s m.b.t. netcongestie.
Financiële kengetallen
Sinds 2015 is in het Besluit Begroting en Verantwoording vastgelegd dat over een aantal financiële kengetallen moet worden gerapporteerd. Deze kengetallen zijn bedoeld om inzicht te geven in de financiële weer- en wendbaarheid van de gemeente. Hiermee krijgt de raad gemakkelijker inzicht in de financiële positie van de gemeente en in de baten en lasten. Deze kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende aspecten die de raad in de beoordeling van de financiële positie kan betrekken om daar een verantwoord oordeel over te kunnen geven. De kengetallen leveren daarmee ook een bijdrage aan de kaderstellende en controlerende rol.
Hieronder presenteren wij de kengetallen van Nieuwegein over rekening 2023, begroting 2024 en jaarrekening 2024.
Jaarrekening | Begroting 2025 | Jaarrekening 2025 | |
Netto schuldquote | 56 | 70 | 51 |
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | 60 | 60 | 55 |
Solvabiliteitsratio | 32% | 26% | 36% |
Structurele exploitatieruimte | 0,90% | 1,47% | 2,77% |
Kengetal grondexploitatie | 6,5 | 8,1 | 8,55 |
Belastingcapaciteit | 86% | 93% | 90% |
Hieronder lichten wij de kengetallen toe.
Netto schuldquote:
|
|---|
Netto schuldquote min verstrekte leningen: |
Solvabiliteit:
|
Structurele exploitatieruimte:
|
Kengetal grondexploitatie:
|
Belastingcapaciteit:
|





